donderdag 17 juni 2010

Kronborg Kasteel, Helsingør

Vandaag hebben we het Kronborg Kasteel bezichtigd. Het kasteel, gelegen direct aan de Sont, is dagelijks open van 10:30 tot 17:00 uur en de afstand tot de jachthaven is nog geen kilometer, zodat we precies om 10:30 uur bij het Kronborg Kasteel aankwamen. De ringwal van het originele kasteel dateert van 1420, toen nog genaamd Krogen. Erik van Pomerania begon toen tol te heffen voor schepen, die door de Sont wilden varen, dat uiteindelijk een goudmijn bleek voor de Deense Koningen, die daarop volgden totdat de tolheffing werd afgeschaft in 1857. Daarna is het kasteel steeds verbouwd en uitgebreid met kanonnen. De naam Kronborg, ter onderscheiding van de stad, vindt plaats in 1585. Het Kronborg Kasteel werd door Shakespeare gebruikt (en nu nog) in zijn drama Hamlet. Het interieur is prachtig gedecoreerd met stukken, waaronder diverse schilderijen van Nederlandse schilders, uit de renaissance en de barok. We hebben achtereenvolgens de Kazematten, kerkers, de Kapel, de kamers van de koningen, koninginnen en danszaal bezocht. In de Kazematten staat het stenen figuur van Holger Dansk (Holger de Deen). Het verhaal gaat dat hij ontwaakt uit zijn slaap op het moment dat Denemarken wordt aangevallen door vijanden. Ook het Deense Handelsmuseum en het Maritieme Museum zijn gevestigd op het grondgebied van het kasteel en hebben we ook bekeken. Deze musea zullen binnenkort verhuizen, want men is bezig met een nieuw projectontwikkeling in de Haven, waar een Amsterdams Architektenbureau bij betrokken is. Ook interessant is de Slag in Sont, een zeeslag, die plaats vond op 8 november 1658. In die tijd werd Denemarken belegerd door Karel X Gustaaf van Zweden. De omsingelde Deense koning Frederik III van Denemarken was de rest van zijn koninkrijk al zo goed als kwijt. Dit was tegen de zin van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, omdat hiermee de handelsvaart op de Oostzee, een belangrijke pijler voor de Nederlandse economie, in gevaar kwam. De smalle Sont was (en nog steeds) namelijk een belangrijke toegang tot de Oostzee en was voor Nederland de belangrijkste bron van inkomsten uit de handel. De Nederlanders die onder leiding stonden van luitenant-admiraal Jacob van Wassenaer Obdam, hadden 41 schepen en 1413 kanons, terwijl de Zweden 45 schepen en 1838 kanons hadden. De zeven Deense schepen met ongeveer 280 kanons konden hun Nederlandse bondgenoot niet te hulp schieten. Vanwege een tegenwerkende noordenwind konden zij alleen maar toekijken. Obdam, die aanvankelijk een zeer gecompliceerde geschreven instructie had gekregen van Johan de Witt en zijn baas had gevraagd het hem opnieuw 'in drie woorden' uit te leggen, vatte zijn missie in een enkele zin samen: “Kopenhagen redden en iedereen op haar bakhuis [bakkes] slaan die ons dat willen beletten”. Dat “iedereen” sloeg op de Britse vloot, maar de Britten, hoewel met een eskader in de nabijheid, zouden zich er niet mee bemoeien. De Zweedse koning vuurde persoonlijk het eerste schot af vanuit kasteel Kronborg. De Zweden vielen agressief aan, maar faalden doordat de wind voor de Nederlanders gunstiger was: die hadden de loef. De Nederlanders dwongen de Zweedse vloot om de blokkade van de Deense hoofdstad op te heffen, hetgeen Karel er toe dwong om de belegering in zijn geheel te beëindigen. En zo bleef Denemarken als koninkrijk bestaan. Na al deze historische indrukken gingen we om 15:30 uur nog enige boodschappen doen in Helsingør, alvorens we weer op de boot stapten.

woensdag 16 juni 2010

Van Kopenhagen naar Helsingør


We zijn om 9:00 uur vertrokken uit “Langelinie Havn” richting Helsingør. Helsingør ligt ca. 20 Nm ten Noorden van Kopenhagen. Het was mooi weer, de zon scheen, maar weinig wind en ook weer pal tegen. Na een uur op de motor te hebben gevaren, besloten we toch maar te gaan zeilen en zo laveerden we naar Helsingør. Helaas viel 6 Nm voor Helsingør de wind helemaal weg, zodat we het laatste traject op de motor moesten afleggen. Om 13:15 uur passeerden we de veerhaven en vervolgens het fraaie Kronborg Kasteel op de landtong ten oosten van Helsingør. Om 13:30 uur kwamen we in de jachthaven van Helsingør aan Na de dieseltank te hebben gevuld, voeren we een vrije box in. Althans dat dachten we, omdat het ligplaatsbordje op groen stond. Even later echter kwam de lokale ligplaatshouder met zijn boot terug en sommeerde ons om te vertrekken, waarbij hij aangaf dat het bordje op rood had moeten staan. Kleurenblind misschien? Uiteindelijk vonden we een vrije plek op één van de kopsteigers met uitzicht op het Kronborg Kasteel, waarna we naar het havenkantoor liepen om liggeld te betalen, maar de havenmeester was niet aanwezig en de betaalautomaat was defect. ’s Avonds na even langs de havenmeester te hebben gelopen, die nu wel aanwezig was, hebben we nog een avondwandeling door het oude gedeelte van Helsingør gemaakt, waar ook weer oude gekleurde vakwerkhuisjes te bewonderen zijn. De stad ligt aan het smalste deel van de Sont en heeft veerverbindingen met de stad Helsingborg aan de Zweedse kant. De Sont is hier ca. vier kilometer breed. Morgen gaan we het Kronborg Kasteel bezichtigen. Dit Kasteel is bekend, doordat het door Shakespeare werd gebruikt in zijn drama Hamlet. Het stuk wordt hier vaak gespeeld. In het Engels wordt Helsingør “Elsinore” genoemd.

dinsdag 15 juni 2010

Met de trein naar Roskilde

Vandaag stond er een uitstapje met de trein naar Roskilde op ons programma. Het is mogelijk om ook met de boot er te komen. De route loopt via de Roskilde Fjord aan de Noordzijde van Seeland, welk ca. 25 Nm lang is en voor onze boot net te ondiep bleek te zijn. We konden al opstappen op het station Kopenhagen Østerport, ca. één km vanaf “Langelinie Havn”, waar onze boot ligt. Om 10:00 uur vertrokken we met de trein naar Roskilde. Toen de conductrice langs kwam om onze treinkaartjes te controleren, bleek dat we deze niet hadden afgestempeld in één van de gele stempelautomaten, die op het perron stonden. Na een Deense tirade, die we gelukkig niet verstonden, stempelde ze kaartjes alsnog af en wij weer wat wijzer betreffende de gewoontes van het Deense spoor. Om 10:35 uur kwamen we in Roskilde aan, waar we eerst in het centrum bij het Toeristenbureau een stratenkaart haalde. Vervolgens hebben we aan de haven het Vikingmuseum bezocht, waar vijf opgegraven historische Vikingwrakken, de “Skuldelevschepen”, waren opgesteld, die rond 1960 in Skuldelev, 20 km van Roskilde, zijn gevonden. De schepen werden rond het jaar 1070 afgezonken om de baai te blokkeren en zo beter te kunnen verdedigen tegen de Noorse Vikingen. De restanten van de schepen werden in 1962 opgegraven en worden nu in het Vikingschipmuseum in Roskilde getoond. Er was een interessante film over de “Havhingsten fra Glendalough” (Zeehengst van Glendalough), een reconstructie van het originele Vikingschip “Skuldelev 2”. Het is dertig meter lang en kan een bemanning van ongeveer 65 personen vervoeren. Er waren 150 kubieke meter eikenhout, 7.000 ijzeren nagels en 40.000 werkuren nodig om het tussen 2000 en 2004 met de gereedschappen van toen na te kunnen maken. Het originele schip is waarschijnlijk gebouwd rond 1040 in de buurt van Glendalough in Ierland. Met deze boot hebben ca. 60 Denen een reis gemaakt langs Noorwegen, rondom Engeland, Ierland en via Den Helder weer terug naar Roskilde om te bekijken hoe de boot zou varen en zich zou houden op zee, waarbij ze zelfs windkracht 8 hebben moeten doorstaan. Hierna hebben we de kathedraal van Roskilde bezocht. De kathedraal is gebouwd in de twaalfde en dertiende eeuw, en tot in de negentiende eeuw hebben er wijzigingen en uitbreidingen plaatsgevonden. Vanaf de vijftiende eeuw worden leden van het Deense koningshuis er begraven. De kathedraal werd in 1995 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst. Het is één van de oudste uit baksteen opgetrokken post-Romeinse gebouwen in Noord-Europa. De buitenkant is imposant maar somber van bouw, maar van binnen zeer fraai en de moeite waard om te bekijken. Na nog langs het marktplein en Klooster en te zijn gelopen, vertrokken we weer met de trein richting Kopenhagen, waar we ca. 17:00 uur op onze boot arriveerden.

maandag 14 juni 2010

Kopenhagen

Vanochtend stonden we op met een stralend zonnetje. Na het ontbijt zijn we Kopenhagen ingegaan op zoek naar het toeristenbureau in verband met de openbaarvervoersregeling naar Roskilde, waar we morgen naar toe willen. Vanuit de "Langelinie Havn" kwamen we al meteen in het nabije park bij de plek van de bekende "Zeemeermin", die zich normaliter op een rots aan de waterkant bevindt. Echter deze stond in Shanghai op de Wereldtentoonstelling, zodat de toeristen het moesten doen met op dezelfde rots een groot digitaal scherm, waarop de "Zeemeermin" in Shanghai werd getoond via een webcam. Jammer, dus geen foto. Gelukkig hebben we die nog van 13 jaar geleden. Vervolgens liepen we langs de haven waar diverse supermotorjachten, formaat cruisseschip, lagen. Daarna kwamen we langs fraaie Deense klassieke houten jachten, die nog net voor en in de drukke en gezellige Nyhavn aangemeerd lagen. Nyhavn ("Nieuwe Haven") is een belangrijke toeristische trekpleister van de stad. Aan de haven zijn veel restaurants en bars te vinden met in het hoogseizoen overvolle terrassen. Ook onder de lokale bevolking is Nyhavn een populaire uitgaansplaats. Bovendien is het de aanlegplaats voor een aantal rondvaartboten. De oudste huizen die hier te vinden zijn zijn meer dan 300 jaar oud. Het oudste, op nummer 9, werd gebouwd in 1681. De haven werd in opdracht van koning Christiaan V gebouwd en heeft een tijd een slechte reputatie gehad vanwege de vele bars en cafés voor zeelieden met het bijbehorende vrouwelijke vermaak. Dichter en sprookjesschrijver Hans Christian Andersen heeft in verschillende huizen aan Nyhavn gewoond. We zagen nergens wegwijzers en ook enkele Denen konden ons niet vertellen waar het toeristenburau te vinden was. Uiteindelijk schoten we een paar Duitse toeristen aan met een plattegrond van Kopenhagen, die op de kaart konden aanwijzen dat het toeristenbureau zich vlakbij het centraalstation en het pretpark Tivoli bevond. Zo liepen we langs de gezellige winkelstraten, waarvan alles was te beleven, zoals een levend verguld standbeeld van John Lennon en Yoko Ono. Na de nodige informatie te hebben gekregen, liepen we langs fraaie pleinen en gebouwen terug naar de boot en kwamen we langs de haven waar een groot digitaal scherm was geinstalleerd voor de voetbalwedstrijd Nederland - Denemarken. Het was daar gezellig druk en na een poosje de wedstrijd te hebben gevolgd, gingen we terug naar onze boot, omdat we nog de noodzakelijke boodschappen op ons programma hadden staan.

zondag 13 juni 2010

Van Ystad naar Kopenhagen

Vandaag was de wind afgenomen tot West 4-5 bft maar wel pal tegen. Ook stond er nog wel behoorlijke zeegang vanwege de storm, ZW 8-9, die we gisteravond over ons heen kregen. We waren even in dubio of we vandaag of de volgende dag zouden vertrekken naar Kopenhagen, onze volgende bestemming. De volgende dag zou de wind namelijk slechts W-3 zijn. We besloten toch om vandaag te gaan. Op de motor met één rif in het zeil vertrokken we om 9:45 uur. De afstand van Ystad naar Kopenhagen bedraagt 57 Nm. Vanwege de zeegang was het ondoenlijk om pal tegen de wind en golven in te varen, want behalve het snelheidsverlies waren de doffe dreunen van de golven op onze boot en de ernorme hoeveelheid gratis buiswater niet prettig. Zo laveerden we op motor en gereefd grootzeil langs de Zweedse Zuidkust richting Denemarken. Om 15:30 uur kwamen we aan bij het Falsterbokanal, een kanaal door de punt van ZW-Zweden, die de route naar Kopenhagen aanzienlijk verkort. Na de brug in het Falsterbokanal te hebben gepasseerd, zetten we koers richting Kopenhagen, waar we langs de enorme Sontbrug (Deens: Øresundsbron) tussen Kopenhagen en Malmö voeren, die in 1997 nog in aanbouw was toen wij met onze boot en kinderen ook Kopenhagen bezochten. Vlakbij Kopenhagen moesten we nog uitwijken voor een Nederlandse vrachtvaarder, de Barendszee uit Urk, die uitgedost met oranje vlaggen en oranje lichten al geheel in WK-stemming was. Om 19:45 uur kwamen we in Kopenhagen aan en meerden we af in “Langelinie Havn”, de mooiste jachthaven van Kopenhagen, pal naast het centrum en de kleine “zeemeermin”. We werden door behulpzame Denen naar een vrije ligplaats geloodst. Deze haven is bijzonder omdat het in een kom is gebouwd. De boot ligt met de steven aan de kade en met de spiegel (achterzijde) aan een grote oranje meerboei. Helaas bleek bij aankomst de drinkwaterpomp niet meer te werken. Na inspectie bleek de afsluitdeksel van het waterfilter te zijn gebroken. Na wat provisorisch knutselwerk lukte het ons om de waterpomp weer aan de praat te krijgen. Morgen gaan we Kopenhagen bezoeken.

zaterdag 12 juni 2010

Simrishamn en Glimmingehus

Vandaag stonden we op met zeer veel wind ZW 6-7. We liggen nogal dicht bij de ingang van de haven, waar de golven binnenrollen, dus we schommelden aardig. Na wat extra lijnen te hebben belegd, hebben we om 10:00 uur de trein genomen naar Simrishamn. Simrishamn is ook een havenplaatsje met pittoreske straatjes en ligt ongeveer 50 km oostelijker van Ystad, waar we om ca. 13:00 uur aankwamen. Ook Simrishamn heeft naast een vrij grote vissershaven een jachthaven, waar we weer een aantal passanten tegenkwamen, die we de vorige dag in Ystad hadden gesproken. Na een bijzondere Pelgrimkerk te hebben bezocht, die aan een Pelgrimroute van Scandinavë naar Spanje is gebouwd, namen we de bus naar het Glimmingehus. Glimmingehus is een burcht die de Deense admiraal Jens Holgersen Ulfstand in 1499 (tot 1509) liet bouwen. De burcht bestaat uit zeer dikke muren (meer dan 1 meter), kleine ramen en heeft openingen in de borstwering. De admiraal woonde er primitief en spartaans, want veel gerief was er niet. Het bijzondere van deze burcht is, dat er nauwelijks tot geen restauraties zijn verricht en deze burcht zeer authentiek is. De Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf beschreef Glimmingehus in haar boek 'Nils Holgersson'. In dat boek wordt een strijd gevoerd tussen grijze en zwarte ratten. Hoofdpersonage Nils kan de grijze ratten weglokken door middel van een betoverde fluit die hij kreeg van een uil uit de domkerk van Lund. Wij hebben echter geen ratten gezien. Het valt ons op dat Zweden niet toeristisch is. Het was dan ook een toer om er te komen. Er ging om de twee uur een bus van Simrishamn naar Ystad met een dichtsbijzijnde halte op 4 km afstand van Glimmelingehus. Na vanaf de bushalte langs de provinciale wegen en een mooi wit kerkje in Bolshög te zijn gelopen, want Zweden kent geen voetpaden en nauwelijks fietspaden, kwamen we na veel tegenwind, inmiddels was deze aangetrokken tot ZW-7, bij het Glimmingehus aan. Zowel de rondleiding als de beschrijvingen op de bordjes waren alleen in het Zweeds. Gelukkig kregen we bij de ingang wel een brochure in het Engels. Na deze toch wel bijzondere burcht te hebben bekeken, liepen we om 16:00 uur terug naar de bushalte, waar we door dezelfde aardige buschauffeur, die ons op de heenweg gewezen had hoe er te komen, nu werden begroet met “I will bring you back to Holland straight away”. Om 18:00 uur kwamen we weer in Ystad aan, waar de wind op onze windmeter nog steeds ZW-7 aangaf(later zelfs toenam tot eind ZW-8)en wij onze hevig schommelende boot weer opklommen. Onder het genot van een wit wijntje plus heerlijke gerookte en gemarineerde zalm, die we de vorige dag gehaald hadden bij een visrokerij in de haven van Kåserberga, keken we terug op een welbestede dag.

vrijdag 11 juni 2010

Naar Kåseberga Ales Stenar

’s Ochtends begonnen we met mist en zijn we Ystad ingegaan. Ystad is een pittoresk stadje, met mooie gekleurde vakwerkhuisjes en een gezellige centrum, waar o.a. de tv-serie Wallender opgenomen is. Maar daar kwamen we niet voor. Na het Toeristeninformatiecentrum te hebben bezocht, besloten we vandaag naar Kåseberga Ales Stenar te gaan. Ales Stenar is Zwedens grootste schipvormige kring van kwartszandstenen van millennia geleden en ligt in de buurt van het dorpje Kåseberga. Ales Stenar is waarschijnlijk 1400 jaar oud en stamt uit ongeveer 600 na Christus, dat is het einde van de Noordse Ijzertijd. Ales Stenar heeft de vorm van een schip, is 67 meter lang, 19 meter breed en bestaat uit 59 zandstenen blokken met elk een gewicht van ongeveer 1,8 ton. Ales Stenar ligt op 37 meter boven de zeespiegel op de heuvel Kåsehuvud. Het grootste probleem was om er te komen, want de bussen reden niet vanwege de laatste schooldag van het jaar, waardoor alle bussen voor de scholen moesten worden ingezet en ook werd het excuus aangevoerd dat het zomerseizoen nog niet begonnen was. Merkwaardig die Zweden, het is al 11 juni! Het Toeristeninformatiecentrum stelde zich echter wel dienstbaar op en regelde een gewone personenauto met chauffeur, die ons om 12:10 uur voor het bustarief naar Kåseberga zou brengen. Er zou ook nog een andere passagier meegaan. De terugreis zou ook met een personenauto plaatsvinden, maar wel pas om 17:30 uur. Op de afgesproken plek was het lastig deze auto te vinden, maar na een paar personenauto’s te hebben aangeschoten, bleek er toch één die inderdaad die kant op ging. Om ca. 13:00 uur kwamen we dan ook in Kåseberga Ales Stenar aan, waar we in de mist en inmiddels ook regen de Zweedse Stonehenge konden bewonderen. Toen we weer naar beneden liepen werden we aangeschoten door een Engelsman, die ons vroeg hoe wij in Kåseberga Ales Stenar gekomen waren. Hij had blijkbaar de personenauto gemist. Wie er dan wel in onze auto als medepassagier zat, dat weten we nog steeds niet. Die Engelsman had gereclameerd bij het Toeristenbureau en was alsnog gratis naar Kåseberga Ales Stenar gebracht. Verder vroeg hij of we niet samen een taxi voor de terugreis konden regelen, want hij wilde niet wachten totdat de personenauto ons weer ophaalde om 17:30 uur. Daar wij nog het leuke kleine haventje en het dorpje Kåseberga wilde bekijken, hadden wij niet zo een haast. In de haven kwamen we de Engelman weer tegen, die op dat moment een taxi zag staan en vroeg of die naar Ystad terugging en of hij meemocht. En zo verdween die Engelsman weer. Om 15:30 uur waren wij ook uitgekeken en na het nuttigen van een broodje verse gerookte zalm liepen wij alvast naar de parkeerplaats, waar we de personenauto zouden treffen. Op deze parkeerplaats zagen we toevallig een Nederlandse auto staan van een paar aardige Nederlanders, die zowaar met een caravan op een camping nabij Ystad stonden en ons weer terugbrachten naar de jachthaven, waar we om 17:30 uur aankwamen. We zullen dus nooit weten of we werkelijk om 17:30 uur waren opgehaald door de door het Toeristenbureau geregelde personenauto. Maar veel vertrouwen daarin hadden we niet. Even daarna begon het hevig te onweren en te regenen, zodat we blij waren dat we op tijd weer op onze boot zaten.